header nieuws

6 maart 2012 

Palestijnse verdediger van mensenrechten met reisverbod proeft even de vrijheid in Genève

 

Israël heeft Shawan Jabarin de afgelopen zes jaar verboden om de bezette Westelijke Jordaanoever te verlaten. Jabarin is een prominent mensenrechtenactivist die jarenlang in Israëlische gevangenissen vast zat onder administratieve detentie. Bij uitzondering mocht hij naar Genève reizen voor een vergadering met Frank La Rue, de speciale VN rapporteur over vrijheid van meningsuiting.

 

Nadat Jabarin in 2006 aantrad als directeur van de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al-Haq legde Israël hem een reisverbod op. Hiervoor werden “geheime bewijzen” aangevoerd die  Jabarin noch zijn advocaten mochten inzien.

 

Adri Nieuwhof interviewde Jabarin toen hij in Genève aankwam.

 

Adri Nieuwhof: Welkom in Genève. Wat betekent het voor u om hier te zijn?

 

Shawan Jabarin: Ik heb mezelf dezelfde vraag gesteld vandaag. Ik was hier eerder in een ongeveer gelijke situatie. Deze keer voelde ik dat Israël een stap terug heeft gedaan vanwege de solidariteit, de steun van diverse groepen en verschillende mensen van over de hele wereld. Behalve dat mensen artikelen schreven, voerde Amnesty International een jaar lang campagne. Honderden brieven en berichten zijn naar Ehud Barak [Israël's minister van defensie] gestuurd met vragen over mijn zaak.

 

Hier te zijn, blaast me nieuw leven in, sterkt mij in de overtuiging van het [Palestijnse] volk en het recht om die krachtig te verdedigen. Ik ben actief in de strijd voor de rechten van mensen. Het [dit bezoek] is een stimulans om nog meer te doen.

 

Ik ben Frank La Rue uit Guatemala, de speciale VN rapporteur over vrijheid van meningsuiting,  erkentelijk voor [het mogelijke maken van mijn reis naar Genève]. Ik heb hem ontmoet toen hij  Palestina bezocht. Ik zal hem morgen ontmoeten [27 februari]. Ik denk dat hij tijdens zijn bezoek van twee weken een volledig beeld van de situatie van de Palestijnen heeft gekregen, en welke invloed dit op alle aspecten van hun rechten heeft. Na afloop gaf hij een verklaring uit waarin hij mijn zaak noemt. Hij stuurde mij een uitnodiging om een vergadering met vertegenwoordigers uit verschillende landen toe te spreken, parallel aan de Raad voor de mensenrechten. Hij volgde nauwgezet het verloop van mijn zaak om hiernaar toe te komen om met de mensen in VN te spreken. Het is belangrijk, ook al doet het pijn in mijn hart dat deze organisatie niet achter rechten staat met acties maar alleen met woorden. Het is belangrijk om hen te blijven aanspreken.

 

Op een persoonlijk niveau is buiten [bezet gebied] zijn als even te kunnen ademhalen, de sneeuw te zien op de bergen, je geest op te frissen met nieuwe technologie in vliegtuigen. Ik heb in geen jaren gereisd. Blootgesteld te worden aan een nieuwe manier van leven. Het normale leven te proeven, een leven in vrijheid. Een reisverbod opleggen is als een gevangenisstraf opleggen. Mijn gevangenis is een grote gevangenis.

 

Het eerst dat ik heb gedaan toen ik in Jordanië aankwam was met mijn oom en zijn zoon naar de begraafplaats gaan om het graf te bezoeken van mijn oom die twee jaar geleden is overleden. Ik kon niet naar zijn begrafenis gaan. Ik heb niet gegeten, ik ben gelijk naar de begraafplaats gegaan.

 

AN: Hoe beoordeelt u de huidige situatie in relatie tot Israël's respect voor de rechten van het Palestijnse volk?

 

SJ: Ik denk dat hun praktijk en acties voor zichzelf spreken. Vrede staat niet op hun agenda. En als het op hun agenda staat, dan geven zij daar een eigen interpretatie aan. Elke dag doodt Israël Palestijnen, de vrede wordt zo verder weg geduwd. Israël heeft elke mogelijkheid voor vrede gedood door fundamentele rechten van Palestijnen volledig te negeren. Voor hen zijn Palestijnen geen volk dat rechten heeft.

 

Dat was duidelijk toen ik de brug over ging [Allenby Bridge die de Westelijke Jordaanoever en Jordanië verbindt]. De functionaris van de Shabak [Israël’s Algemene Veiligheidsdienst] vroeg aan mij of er een Palestijns volk bestaat en of zij rechten hebben.

 

De voortdurende bezetting, het lijden, het creëert een mentaliteit van onwetendheid. De kolonisten, zelfs de jonge generatie, tonen niet zo maar haat, zij laten het op een heel, heel agressieve manier zien. Ik voorzie een uitbarsting. De kolonisten zullen hierin de hoofdrol spelen. Ik ben echt bezorgd voor dat zij een groot aantal Palestijnen zullen doden, voor een massaslachting. Of voor geweld bij Al-Aqsa [moskee in Jeruzalem]. De kolonisten hebben de steun van bekende personen, de Israëlische regering.

 

Ik heb geen enkele twijfel dat er op de korte of middellange termijn geen hoop is. Maar er is hoop voor de toekomst op de lange termijn. De geschiedenis heeft ons geleerd dat misdadige onderdrukking niet altijd zal voortduren. Ik zie iets groeien, een verandering op het niveau van de publieke opinie.

 

Lees verder op de volgende blz