Human Rights Defenders

 

“Mijn patiënten lagen in kritieke toestand voor me en ik kon niets doen”

Dokter Mohammed Iskafi, spoedarts van de Palestinian Medical Relief Society

 

Dokter Mohammed Iskafi is spoedarts in Ramallah. Hij coördineert de medische noodteams van de Palestine Medical Relief Society (PMRS). Hij en zijn teams werken voornamelijk in de Westbank, bezet gebied waar inderdaad 630 militaire versperringen, controleposten, greppels en muren het dagelijkse verkeer zo goed als lamleggen.

 

Stel dat je een dokter bent in een zorggebied iets groter dan Gelderland. Stel dat er om je heen dagelijks doden en gewonden vallen door gericht geweld. Dat, afgezien van bloedige escalaties en alarmfases, het gros van de bevolking extreem zorgbehoevend is geworden door zestig jaar aanhoudende armoede, angst en uitzichtloosheid. Stel dat je wat medicijnen hebt, een medisch team en zelfs een ambulance. Wat doe je dan? Dan ga je als de bliksem aan het werk. Want spoed redt levens en alles draait om die eerste minuten, toch? Maar wat als 630 zwaarbewaakte wegversperringen van de doorgang naar dorpen en huizen een medische nachtmerrie maken en achthonderd kilometer muur het hele verzorgingsgebied afsluit voor snelle externe hulp? Dan wordt tijd een vijand en frustratie dodelijk.

 

Palestine Medical Relief Society (PMRS) rukt uit met mobiele klinieken als de kogels in het rond vliegen en biedt waar mogelijk structurele medische zorg in geïsoleerde dorpen. Waar mogelijk. Dokter Mohammed Iskafi: “Gezondheid is een basisrecht. De ontwikkeling van mens en maatschappij begint met gezondheid. Elke soldaat die ons de doorgang verhindert, schendt internationaal humanitair recht. Dat is een misdaad.” Een arts die doorwerkt onder die omstandigheden, is niet alleen medicus maar ook mensenrechtenverdediger omdat hij op zijn manier de door de internationale gemeenschap veroordeelde Israëlische bezetting bestrijdt.

 

We spraken dokter Iskafi in Ramallah. De dag erop trokken we op met één van zijn mobiele klinieken door Salfit, een district in het noorden van de Westbank. Waar het medische busje halt hield, trok de stofwolk verder, door het hekwerk, langs de militaire uitkijktoren of over vijf meter beton. Waar een wil is, is niet altijd een weg.


“In de Westbank is meer dan 75% van de hoofdwegen door militairen afgezet. Als iemand spoedeisende hulp nodig heeft, belt de gemeente ons op of lokale media brengen ons op de hoogte. Elke medische doorgang langs militaire checkpoints moet vooraf worden aangevraagd bij het Israëlische District Coordination Office (DCO). In noodsituaties duurt dat gemiddeld drie uur, als het rustiger is duurt het drie dagen. Als er echt veel levens op het spel staan, vragen we een internationale NGO zoals Care International of het Internationale Rode Kruis om druk uit te oefenen bij de DCO. Vroeger regelde de VN doorgang voor de eigen medische teams, maar tegenwoordig weigeren ze dat aan te vragen omdat de doorgangsprocedure volledig in strijd is met het internationaal humanitair recht.”

 

Reanimeren onder schot

Zo’n 64% van de verwondingen die bewoners van de Westbank oplopen gebeuren tijdens demonstraties tegen de muur, de wegversperringen of andere vormen van bezettingsgeweld6. Dokter Iskafi: “Gewapend verzet is er amper in de Westbank. Veruit de meeste botsingen gaan tussen het leger en ongewapende burgers die vreedzaam protesteren. En juist in demonstraties is medische toegang moeilijk. In februari 2010 was de laatste grote escalatie. Israël had net aangekondigd de Ibrahimi moskee in Hebron tot joods erfgoed te verklaren. Mensen kwamen de straat op uit protest. Onze teams zijn toen hulp gaan verlenen in hartje gemilitariseerd Hebron en aan Kalandya checkpoint. Op zulke momenten coördineer ik de interventies en ik behandel patiënten. Verwondingen door traangas, rubberkogels, door scherpe ammunitie en shock, komen in die situaties het meeste voor. Zelfs al kom je na de doorgangsprocedure op de plaats van onheil, dan nog gebeurt het vaak dat soldaten medisch personeel weghouden van de personen die ze kort tevoren hebben neergeschoten. Na een schietincident sluiten ze de zone af. Als wij komen met ambulances, duidelijk zichtbaar in medisch uniform, blokkeren ze de weg of het huis. Als je toch naar de doodbloedende of in shock verkerende patiënt wil, schieten ze eerst in de lucht. Soms gaan ze verder. In Gaza en Nablus is medisch personeel doodgeschoten omdat ze patiënten wilden behandelen. Ook mijn personeel is al beschoten. Iemand van mijn mensen heeft daarbij een oog verloren.”

 

De Israëlische inval in Ramallah in 2003 was dokter Iskafi’s grootste medische nachtmerrie. “De stad werd van alle kanten gebombardeerd en beschoten door tanks en helikopters. We wilden patiënten evacueren uit een huis. Uren moesten we wachten in onze ambulance. Toen we eindelijk gewonden konden behandelen en evacueren werden we tegengehouden. Iedereen moest de ambulances verlaten en is toen gearresteerd, het medisch personeel, de chauffeur en zelfs de patiënten met schotwonden, open breuken en in shocktoestand. Militaire artsen van het Israëlische leger hebben de patiënten gecheckt om te weten of ze wel echt gewond waren. Dat duurde vier uur. Ik zal nooit vergeten hoe we die uren moesten wachten. Het was avond, het regende, mijn patiënten lagen in kritieke toestand voor me en ik kon niets doen.”

 

Geweldsuitbarstingen zoals tijdens de intifadah’s zijn er de laatste jaren niet meer. En toch is het werk van medisch personeel moeilijker geworden volgens dokter Iskafi. “Het geweld is minder zichtbaar geworden, komt minder in de media, maar is even dodelijk. We kennen zestig gevallen van hoogzwangere vrouwen die bij een checkpoint op de grond moesten bevallen omdat ze niet werden doorgelaten. De helft van de pasgeborenen stierf als gevolg van infecties en ook de moeders liepen levensgrote risico’s door infecties, complicaties en bloedverlies. De bouw van de muur en van nederzettingen, de versperring van Palestijnse dorpen en zelfs afzonderlijke huizen nemen alleen maar toe. Steeds meer Palestijnse huizen worden afgebroken, mensen raken ontheemd, leven in omstandigheden die lichaam en geest slopen. Het geweld van Israëlische kolonisten, in de dorpen, achter de muur, achter de versperringen, neemt verder toe. Ze schieten met scherp, gaan Palestijnse dorpen, woningen en moskeeën in en slaan er op los. Soms onder begeleiding van militairen en bijna altijd ongestraft.7 De fragmentatie van ons land, de isolatie van mensen, de militarisering en absurde bureaucratisering van het dagelijkse leven, drijft mensen tot de rand, maakt mensen sluipenderwijs armer, depressiever en dus kwetsbaarder. Dat maakt ons werk steeds noodzakelijker en tegelijk steeds onmogelijker.”

 

Pompen of verzuipen

“We slagen er niet in om de medische zorg structureel te verbeteren. Plannen maken, investeren in de toekomst, het lukt gewoon niet onder bezetting. Het is pompen of verzuipen, groeien is een onhaalbare luxe. Niet alleen omdat we weinig middelen hebben, maar omdat elke noodsituatie, elke crisis, elk offensief of elk militair plan van de bezetter weer afbreekt wat we dachten te hebben opgebouwd. Zo konden we ons vroeger nog verplaatsen in gewone voertuigen. Nu mag het alleen nog in ambulances. Daar hebben we er niet genoeg van. Dus moet je steeds schrijnender keuzes maken. Wie krijgt wel en wie krijgt geen hulp? Hoe zet je het meest efficiënt én het meest rechtvaardig je mensen en middelen in? Wat heeft voorrang? Schietincidenten bij checkpoint x of het bezoek aan één van de vele afgesloten dorpen in Jenin, Qalqilya of Tulkarim, waar diabetici, kankerpatiënten, hartpatiënten en mensen met psychische stoornissen al dagen wachten op medische hulp? Of hulp in één van de vele vluchtelingenkampen? We proberen overal te zijn, maar dat lukt niet.”


“Dat wij als medische organisatie überhaupt kunnen bestaan in bezet gebied, danken we grotendeels aan internationale steun. Niet alleen financiële steun. PMRS heeft teams in Gaza, maar de levenslijn tussen het hoofdkantoor en die teams verloopt noodgedwongen via onze internationale contacten. Werkbijeenkomsten organiseren tussen verschillende hulpverlenende instanties in de Westbank om de medische zorg efficiënt af te stemmen, dat is een ramp. Dat lukt ons alleen dankzij de coördinatie en de bewegingsvrijheid van internationale organisaties. En via die contacten kunnen sommigen van ons ook vaktrainingen volgen in het buitenland. Ook ik heb in het buitenland gestudeerd, onder andere in Moskou.”

 

Al heel zijn leven verzet dokter Iskafi zich tegen de bezetting en de mensenrechtenschendingen die ermee gepaard gaan. “Toen ik tien was is ons hele gezin op straat gezet. Wij woonden in Jeruzalem. Land, huis, alles is toen van ons afgepakt. Dat zette me aan het denken. Later namen mijn ouders me soms mee naar dat huis. Ik zag het staan. En vandaag vragen mijn kinderen me soms om het te zien. Het is tegenwoordig een school voor joodse kinderen. Zelf kan ik er wel naar kijken, maar mijn eigen kinderen voor dat huis zien staan, dat doet me teveel pijn. Sinds mijn tiende vecht ik tegen de bezetting en tegen onrecht. Ik heb het gedaan door te studeren, door mijn beroep uit te oefenen, door hulp te verlenen, door levens te redden. En door te worden wat de bezetter niet wil dat je wordt, een geschoolde Palestijn, iemand die terugvecht met kennis.”