Human Rights Defenders

 

Waar de hanen kraaien in de nacht

“Het geweld en het onrecht van de bezetting en de blokkade zit in alle hoeken en kieren van ons leven.” Majeda Al Saqqa, medeoprichter van de Culture and Free Thought Association in Gaza.

 

Majeda Al Saqqa is geboren en getogen in Khan Younis, stad annex vluchtelingenkamp in het zuiden van de belegerde kuststrook van Gaza. Tijdens de laatste Israëlische grond- en luchtaanvallen op Gaza, op de schaarse momenten dat er elektriciteit is en de server het doet, stuurt ze blogs de wereld in over het leven in en om haar huis.

 

Haar stukjes verschijnen op Virtual Gaza, een inderhaast opgezet webinitiatief van mediamensen en activisten uit Gaza en de Alliance for Justice in the Middle East van Harvard University10. Majeda’s stukjes zijn aangrijpend. Bewoners slepen na dagen twijfelen voorzichtig een niet ontplofte bom weg terwijl de bommenregens verderop gewoon doorgaan. Majeda probeert neefjes en nichtjes wijs te maken dat bommen niet echt bommen zijn, maar dat het Nieuwjaarsvuurwerk dit jaar iets eerder valt. De Gazaanse hanen zijn de kluts kwijt van al die oplichtende explosies en blijven maar kraaien midden in de nacht. Ze schrijft over haar liefde voor Khan Younis en de verschrikking van het machteloze binnenzitten en schuilen. Over de ramen die ze hele winternachten open laten staan zodat de glasscherven niet in het rond vliegen bij volgende explosies in de buurt, over de ijzige kou die jong en oud samen onder dekens dwingt. Na dagen binnen zitten maakt Majeda een waanzinnig autotochtje door een spookstad op zoek naar brandstof en voedsel. Ze denkt slim te zijn, maakt voor de veiligheid een omweg en ontsnapt maar net aan een raketinslag in een auto voor haar neus. Ze schrijft over fosforbommen, geluidsbommen, misleidende staakt-het-vuren aankondigingen en militaire telefoonboodschappen van de Israëli’s (‘wie gewapende strijders verbergt moet volgend nummer bellen…’).

 

Majeda’s blogs en die van haar medeschrijvers op Virtual Gaza zijn een zeldzaamheid in die kerstdagen. Buiten de gebruikelijke wanhoopskreten en de van verdriet vertrokken gezichten in close up, klinkt er in het grotendeels door Israël geregisseerde mondiale mediagebeuren over Gaza amper iets door van de Gazanen zelf.


Majeda Al Saqqa is veel meer dan de blogger van die zware wintermaanden. Al decennia is ze een onvermoeibare vrouwenactiviste en jongerenwerker die zich inzet voor de belegerde bevolking. Ze werkt voor het Urgent Action Fund for Women’s Human Rights, het Global Fund for Women. En ze is medeoprichter en vice-voorzitter van de Culture and Free Thought Association, een organisatie die culturele, psychosociale en educatieve projecten opzet voor kinderen, jongeren en vrouwen in Gaza.

 

Via Skype vroegen we Majeda naar de impact van de bezetting en de blokkade, naar de vormen van Palestijns extremisme waar ze mee te maken krijgt en naar haar manieren om daar mee om te gaan.

 

Een simpel idee

“Het begon allemaal met een simpel idee: een plek creëren waar kinderen vrij konden spelen, denken en spreken zonder steeds met extreem geweld te worden geconfronteerd. Het was begin jaren negentig, na de eerste intifada. Het krioelde in Gaza van de Israëlische soldaten. Beschietingen, mishandelingen en arrestaties waren dagelijkse kost, ook voor kinderen. Elke straat was een gevaar, kinderen kenden alleen maar angst, verlies, trauma en de adrenaline van spanning en geweld. Om daar iets aan te doen sloegen we met vijf vrouwen de handen in elkaar. Dat was het begin van de Culture and Free Thought Association (CFTA).”

 

Ook in die tijd al houden partijpolitieke spanningen het leven in Gaza in de greep. Majeda: “Je had de bezetter maar daarnaast moest je ook rekening houden met de politieke partijen van de PLO. Mannen en politieke partijen controleerden het doen en laten van maatschappelijke organisaties. Wij, de vijf vrouwen van CFTA, hadden allemaal banden met verschillende politieke partijen, voornamelijk uit linkse hoek. Maar om te voorkomen dat partijbonzen ons dicteerden, moesten we tegen de stroom in zwemmen: ideologische verschillen overbruggen, werken op basis van vertrouwen, onze rol als vrouwen opeisen en onszelf zoveel mogelijk loskoppelen van de PLO partijen. Wat ons verenigde was het feit dat we vrouwen waren en dat we ons niet op de partijtop gingen richten, maar op de gemeenschap en specifiek op kinderen en vrouwen. Als het gaat om macht en inspraak vallen zij altijd buiten de boot.”

 

De tegenstand waar CFTA in de beginjaren mee te maken krijgt is niet mals. Majeda: “Enerzijds had je het Israëlische geweld en de voortdurende noodsituaties die daarmee gepaard gingen. We hadden geen tijd voor politieke gevoeligheden, we moesten met z’n vijven zo snel en zo goed mogelijk actie ondernemen. Dat lukte. Vrouwen en kinderen kwamen naar onze centra en deden mee met onze programma’s. Maar omdát het lukte vielen de partijen ons aan. In 1992 en 1993 hebben amokmakers onze gemeenschapscentra voor vrouwen en kinderen drie keer bezocht. Ze gooiden ramen in en sloegen de boel kort en klein met stokken. Gruwelijk. We wisten dat het geweld kwam van linkse Palestijnse partijen en dat was wat mij het meest verbijsterde. Ik kom zelf uit die hoek. Ze konden niet verdragen dat onze aanhang groeide en dat we respect kregen van de bevolking. We organiseerden psychosociale opvang en culturele activiteiten. Honderden kinderen en moeders maakten daar dagelijks gebruik van. We stopten veel meer energie in dat belangeloze maatschappelijk werk dan om het even welke politieke partij. Dát was waarom we de gemeenschap mee kregen. Het zette kwaad bloed bij fracties van de PLO. Toen ze kwamen met hun stokken en stenen moesten we kiezen. Of we splitsten CFTA op en gaven alles over aan de verschillende partijbesturen, of we zouden doorzetten, professioneler worden en nog onafhankelijker. Het werd dat laatste. Voor mij persoonlijk betekende CFTA een bevrijding. We koppelden onszelf los van partijhiërarchie, van mannelijke dominantie, van traditionele macht. Ik leerde vrijer te denken en kon nog beter werken met de mensen die het meest onder geweld te lijden hadden, de huismoeders en de kinderen in de kampen en de steden.”

 

In lichterlaaie

CFTA groeit mee met de kinderen die ze opvangen. Midden in de steden en de vluchtelingenkampen zetten Majeda en haar collega’s jongerencentra op, culturele centra en gezondheidscentra voor vrouwen. Maar de bezetting wakkert de wanhoop en het extremisme in Gaza steeds harder aan. Hamas wint aan macht en 2005 betekent bijna het einde van CFTA. In dat jaar zetten religieuze fundamentalisten het hoofdgebouw van CFTA in lichterlaaie. Majeda: “Het gebeurde midden in de nacht. We wisten waarom ze het deden. Fundamentalistische heethoofden vonden het onaanvaardbaar dat wij jongens en meisjes samen activiteiten lieten doen. De andere reden was dat we internet gebruikten.”


Maar wat een ramp was, wordt een hart onder de riem. “Een paar uur na die aanslag om drie uur ’s ochtends stonden letterlijk meer dan duizend Gazanen bij ons op de stoep om te blussen, schoon te maken en brandafval te ruimen. Die solidariteit gaf kracht en toonde hoe sterk wij stonden in de gemeenschap.”

 

In een oorlog houdt de waanzin nooit op, vooral niet in Gaza. In 2005, net voordat Hamas na gewonnen verkiezingen de macht overneemt, trekt het Israëlische leger zich terug, ontmantelt de nederzettingen en sluit alle grenzen af. Het is het begin van de blokkade. Het geweld in Gaza neemt niet af, het verandert. Majeda: “De bezetting werd minder zichtbaar maar des te frustrerender. Stel dat je met z’n vijftienen in een gesloten kamertje zit. Na twee dagen ga je elkaar te lijf. Vóór 2005 zat het IDF ook in die kamer en deelde er de lakens uit, na 2005 houden ze buiten de wacht en bestoken de boel zo nu en dan met grof geschut.”


De controle van Israël op Gaza blijft na terugtrekking onverminderd groot. Alleen heeft Hamas binnen de muren nu vrijer spel. Het extremisme neemt toe en de Gazaanse burger betaalt de grootste tol.

 

Tijdens het laatste Israëlische militaire offensief tegen Gaza, waarover Majeda blogt op Virtual Gaza, verliest ze alle geloof in de internationale politiek. Wel trekt ze zich op aan de duizenden die wereldwijd de straat op gaan om te protesteren en hun afschuw uit te schreeuwen. “We verwachten niets meer van overheden, zelfs niet van Obama. We kunnen alleen nog maar hopen dat gewone mensen het verschil maken, hierheen komen en ons helpen bevrijden.”

 

Die ‘gewone mensen’ komen ook. Althans, ze gaan tot het uiterste om te komen. Nauwelijks twee maanden na Majeda’s oproep zetten honderden solidaire vrijwilligers, mensenrechtenverdedigers en hulpverleners uit alle hoeken van de wereld per boot koers richting Gaza. De wereld weet inmiddels hoe het de Gaza Freedom Flotilla verging. Niemand bereikt de haven van de belegerde kuststrook. Het Israëlische leger doodt negen activisten.


Intussen gaat Majeda verder met haar werk. Bijvoorbeeld in het vluchtelingenkamp van Khan Younis. De helft van de 180.000 bewoners daar is kind. Duizenden van die kinderen nemen deel aan de bijlessen, de daguitstapjes, de kunst- en knutselklassen, de schrijf-, foto- en theaterworkshops van CFTA. Of, helemaal een feest, ze gaan mee op één van de zomerkampen. Majeda helpt kinderen om nieuwsgierig te blijven en lol te hebben. Ook op andere plaatsen in Gaza heeft CFTA soortgelijke projecten, ook voor moeders. En als de pleuris weer eens uitbreekt, de bommen vallen, huizen verdwijnen en het voedsel nergens meer te vinden is, dan schakelt CFTA over op noodhulp, slaat de handen ineen met internationale donoren en deelt duizenden dekens, medicijnen en noodpakketten uit. Want wie zijn huis en inboedel kwijt is, heeft acuut van alles nodig, van schoenen aan je voeten tot een dak boven je hoofd. Maar in die noodtoestand vallen alle culturele en sociale projecten waar zoveel tijd en energie in is geïnvesteerd telkens weer abrupt stil. Het herstel van getraumatiseerde kinderen, jongeren en vrouwen, het winnen van hun vertrouwen, het werken aan hun zelfvertrouwen, alles moet weer van voor af aan worden opgebouwd. Een veilig thuis is immers meer dan een zaak van stenen, een goed slot en een lekvrij dak.

 

Theory of closure

Majeda heeft in de afgelopen decennia gezien wat geweld en afsluiting doen met jongeren en gezinnen. Ze is tegen wil en dank een expert met een zelf ontwikkelde theory of closure. “Het geweld en het onrecht van de bezetting en de blokkade sijpelen door in alle hoeken en kieren van ons leven. Het geweld van de bezetter zie je terug in het toenemende huiselijke geweld van mannen tegen hun vrouwen, van ouders tegen hun kinderen, in het straatgeweld van kinderen tegen andere kinderen en in het politieke geweld van de ene factie tegen de andere. En hoe hermetischer Israël ons afsluit, hoe meer wij onszelf afsluiten, in onze harten en onze geesten. Ik geef een simpel voorbeeld. Jongeren kunnen al jaren de grenzen niet over om in het buitenland te studeren, in Caïro of in de EU. Wat overblijft in Gaza zijn de Islamitische Universiteit, de Palestijnse Universiteit en de Al Azhar Universiteit. Stuk voor stuk erg conservatieve instellingen. De tolerantie en de openheid van geest die je ontwikkelt door te reizen en in het buitenland te studeren is een natuurlijk, gezond en krachtig tegengif voor extremisme. Maar het is een rijkdom die jongeren in Gaza niet is gegund. Ander voorbeeld, het taalgebruik van kinderen. Tussen 1991 en 2001 nam het bezettingsgeweld een beetje af, we konden reizen naar de Westbank, Israël en Jeruzalem. De impact van die bewegingsvrijheid was enorm. Kinderen waren toen analytischer in hun denken, scherper in hun taalgebruik. Ze leerden hun situatie beschouwen en begrijpen, namen meer deel aan gezamenlijke projecten en hadden meer aandacht voor de werkelijkheid die hen omringde. Kortom, ze groeiden. Na 2001 stortte alles weer in. Israël begon weer massaal huizen te verwoesten, trok muren op om vluchtelingenkampen, pleegde bloedige aanslagen in Rafah en op andere plaatsen. De depressie die toen begon duurt voort tot op de dag van vandaag en wordt alleen maar groter. Zelfs wanneer ze totaal onschuldige dingen uit de natuur beschrijven, gebruiken kleine kinderen alleen maar krachttermen en scheldwoorden. En in plaats van op kalme dagen naar de zee te gaan of te luieren, gaan ze tunnels graven om de held uit te hangen. Vanmorgen nog kwam ik kleine kinderen tegen die zouden deelnemen aan de voorbereidingen voor ons zomerkamp. Ze weigerden mee te doen. Ze zeiden dat ze een tunnel zouden graven van hier helemaal naar het zomerkamp en dat de echte voorbereidingen hen gestolen konden worden. Het lijkt een detail, maar het zegt heel veel.”

 

Anderhalf miljoen Gazaanse vaders, moeders, dochters en zonen zitten tussen gebarricadeerde grenzen, gevaarlijke repen no man’s land die angstvallig worden bewaakt. Wie wil uitbreken riskeert met precisiewapens te worden uitgeschakeld door de Israëli Defense Force. Zelfs de zee en de hemel zijn sperzones. De luchthaven ligt in puin, de zeehaven op apegapen. Een moedige visser die nog zijn netten uitwerpt in de paar honderd meter ‘vrij water’. Er wordt gehengeld in de schaduw van slagschepen, onder driftig zoemende Apaches en krijsende F16’s. Peuters hebben geen idee wie of wat Israëli’s zijn of waar hun land ligt, maar hun geluiden, uniformen en wapens kennen ze wel. Het enige wat Gazanen hebben, is de grond onder hun voeten. En de tunnels die ze daarin graven zijn niet alleen de smokkelroutes van een noodeconomie, het zijn tekens van bestaan. Wie levend is begraven, doet alles om zich uit te graven.

 

“Opkomen voor mensenrechten”, zegt Majeda, “zit in alles wat ik doe en alles wat ik meemaak. Mensenrechten zijn geen abstract lijstje, ze hebben te maken met alles waar CFTA voor staat: kennis, cultuur, beweging, gezondheid, lachen en lol hebben, met bescherming. Met alles wat de bezetting en de belegering ons ontzeggen. Ze zijn het leven.”


De belegerde en weggestopte wereld van Gaza zit vol wonderen. Majeda Al Saqqa is er één van. Ze helpt jongeren om groots te blijven denken in een krimpende werkelijkheid, om van vrijheid te dromen zonder in tunnels te verdwijnen. Ze houdt mensen die Gaza niet in komen in contact met de werkelijkheid achter de militair bewaakte grens. Ze blijft een mens, ook al zit ze in een kooi.