Human Rights Defenders

 

Terugslaan met bomen

“Israël ziet Palestijnse boeren als potentiële terroristen die moeten verdwijnen uit het landschap”, Baha’Hilo, landrechtenactivist en coördinator van de Olijfbomencampagne

 

“Toen ik zeven was, zag ik hoe soldaten mijn broer van veertien uit het keukenraam sleurden en meenamen. Ik ben opgegroeid met angst. Angst voor machinegeweren, voor checkpoints, voor mensen die geen reden hebben om ons niet te doden. Ik begreep niets van wat er om me heen gebeurde. Op school waren we altijd omsingeld door soldaten.”

 

“Later ging ik naar de universiteit in Ramallah. Die werd erg vaak belegerd. We waren afgesneden van de wereld. Studeren, dat betekende vooral kilometers lopen langs militaire controleposten. Ik was de eerste die afstudeerde in mijn familie, maar mijn diploma-uitreiking heb ik gemist omdat soldaten me tegenhielden. Angst was alledaags en normaal. Pas toen ik als twintiger voor het eerst naar het buitenland ging, naar Sri Lanka, herkende ik het onrecht waarmee ik was opgegroeid en begon ik een reëel beeld te krijgen van wat er zich afspeelde in de bezette Palestijnse Gebieden. Na een jaar vrijwilligerswerk kwam ik terug en voor het eerst kon ik de verlammende angst die in mij zat omzetten in de moed om iets te veranderen, om iets te doen. En in hoop.”


Aan het woord is Baha’Hilo, een jonge Palestijnse activist in Bethlehem die boeren helpt om op te komen voor hun rechten op land, op eigendom, op vrije vergadering en verplaatsing. “Wij steunen boeren in hun strijd voor het kleinste lapje grond. Dat is niet niks als je weet dat Israël alle middelen inzet om elke morzel grond van ons af te pakken.”

 

Internationaal recht, onder meer artikel 47 van de Vierde Geneefse Conventie, verbiedt de annexatie van land onder bezetting. Toch is de bezettingsgeschiedenis van de Palestijnse Gebieden sinds 1967 een schoolvoorbeeld van voortschrijdende fragmentatie, separatie en annexatie. Geen Palestijnse boer, burgemeester of landeigenaar die niet het onderspit delft of heeft gedolven in de strijd tegen het opknippen en inpikken van gemeentelijke gronden, landbouwareaal of bouwgrond. Het is een hopeloze strijd tegen illegale Israëlische nederzettingen en hun verbindingswegen, tegen de bouw van de door het Internationaal Strafhof veroordeelde scheidingsmuur, tegen steeds weer nieuwe en zich steeds verplaatsende closed military zones.

 

13%

Neem Bethlehem, een district op de Westelijke Jordaanoever dat even gebukt gaat onder de annexatiepolitiek van Israël als de districten Jeruzalem, Ramallah en Qalqiliya. Het strekt van Bethlehem stad in het westen tot aan de Dode Zee in het oosten. In het westen ligt een gordel van bewaakte nederzettingen en een grillig slingerende scheidingsmuur. De levensader naar Jeruzalem, hemelsbreed nog geen twintig kilometer verderop, is volledig afgesneden. Ook het oosten is voor Palestijnen een no go area. Aan de Dode Zee-kust mogen alleen buitenlandse toeristen en Israëlische kolonisten ronddobberen. Ze doen dat in oorden als Lido Yehuda. De diepe strook landinwaarts is Israëlisch militair spergebied. De VN heeft berekend dat de 175.000 Palestijnen die wonen in het district Bethlehem na vier decennia bezetting vrij kunnen beschikken over nog maar 13% van het districtsgebied. De rest is in handen van 86.000 Israëlische kolonisten en een onbekend aantal soldaten.

 

Baha’Hilo verzet zich onvermoeibaar tegen die annexatie van Palestijns land. Hij woont in Bethlehem en werkt voor de Joint Advocacy Initiative (JAI), een gezamenlijke campagne van de YMCA van Oost-Jeruzalem en de Palestijnse YWCA. Baha’Hilo coördineert de Olijfbomencampagne. Deze campagne vraagt buitenlanders om olijfbomen op Palestijnse landbouwgrond te sponsoren en werkt actief met lokale boeren bij de aanplant, bescherming en oogst van olijfboomgaarden.

 


Maar militaire bevelen en landconfiscaties te lijf gaan met olijfboomstekjes, werkt dat wel? We vroegen het hem.

 

JAI is gevestigd in een buitenwijk van Bethlehem, Beit Sahour, op een steenworp van de militair bewaakte overgang van area A (onder Palestijns bestuur) naar area C (onder volledige Israëlisch controle). Een met kogels doorboord uithangbord in de tuin roept de nodige associaties op. Baha’Hilo ontvangt ons met open armen in zijn kantoortje, maar wil het liefst meteen naar de boeren voor wie hij zich inzet. Onderweg geeft hij tekst en uitleg in vloeiend Engels.

 

Eén boom voor elke dag bezetting

“Tussen 2000 en 2006 heeft Israël 400.000 olijfbomen van Palestijnse boeren verwoest in de aanleg van wegen, nederzettingen en militaire zones. Sinds 2001 gaat de Olijfboomcampagne op een positieve manier in de tegenaanval door actief Palestijns land te beplanten. Solidaire buitenlanders betalen 20 dollar voor een boompje, een beschermingshoes, een irrigatieslangetje en natuurlijke bemesting. Wij kopen de boompjes op, gaan met de boeren planten, volgen groei en oogstopbrengst en houden sponsors op de hoogte. Elke sponsor krijgt een certificaat met de gps-locatie van zijn of haar olijfboom. In feite kopen ze verantwoordelijkheid. Als Israëlische militairen de bomen met geweld te lijf gaan, waarschuwen wij de sponsors en doen een beroep op hun betrokkenheid. Zij kunnen protesteren, bijvoorbeeld bij Israëlische vertegenwoordigers in hun eigen land, ze kunnen mensen wakker schudden in hun eigen kringen. Veel sponsors doen een boom cadeau aan vrienden en familie, zo gaat het balletje rollen. Nederland is één van onze meest succesvolle campagnelanden. In de afgelopen acht jaar hebben we 65.000 gesponsorde bomen geplant op het land van Palestijnse boeren. Ook in Gaza, al is het sinds de blokkade een hels karwei om dat voor elkaar te krijgen. Maar het werkt wel. In 2001 werkten we met zo’n twintig boeren, vorig jaar waren dat er achthonderd. Veel van onze bomen worden door soldaten weer ontworteld, maar de meeste blijven staan. Voorlopig hoogtepunt was de aanplant in 2007, het veertigste jaar van de bezetting. We wilden 14.000 bomen planten, één voor elke dag bezetting. Het werden er 15.000.”

 

De Olijfboomcampagne verschaft boeren in een drooggelegde bezettingseconomie welkom werk. En een beetje extra geld. Wereldwijd raken mensen op een originele, individuele en concrete manier betrokken bij de mensenrechtenstrijd achter de Israëlische apartheidsmuur. Maar de grootste troef van dit bomenactivisme is dat het boeren beter in staat stelt om hun recht op land af te dwingen en de Israëlische bezettingsmacht te trotseren. Baha’Hilo: “Veel van de meer dan duizend military orders die van toepassing zijn op de Palestijnse bevolking hebben hun oorsprong in Ottomaanse, Britse en Jordaanse wetten. Uit vroegere landgebruiken en -wetten heeft de militaire bezetter een selectie gemaakt van de meest draconische. Zo eigent de bezetter zich het recht toe beslag te leggen op elk stuk Palestijns land dat drie jaar braak ligt of langer. Private eigendomsrechten komen te vervallen en compensaties zijn niet aan de orde. ‘Leeg land is ons land’ dat is het motto van de bezetter. En dat is dodelijk.”

 

Want hoe kun je je land bewerken als de belangrijkste inkoop- en afzetmarkten zich bevinden achter 770 kilometer muur, als honderden wegversperringen het interne verkeer van goederen en mensen in de Bezette Gebieden lam leggen, als de teelt van bepaalde onschuldige maar winstgevende gewassen door Israël verboden wordt, als veel van de boerenzonen als politieke gevangenen worden vastgehouden, als boeren geen waterbronnen mogen aanboren of irrigatiekanalen mogen aanleggen op hun eigen restjes land, als gewassen verpieteren in versperd gebied?


Baha’Hilo: “Boeren die onze bomen planten, onderhouden en de oogst plukken, bewerken aantoonbaar hun land. Ze zijn minder gemakkelijk weg te jagen en minder gemakkelijk te onteigenen, ook al komen soldaten voortdurend het veld in om ons te intimideren. Veel Israëli’s zien alle Palestijnen als potentiële terroristen die ze willen zien verdwijnen uit het landschap. Niet als boeren en eigenaars met onvervreemdbare rechten op hun eigen land, op toegang tot hun land, op hun cultuur, op hun verleden en op een toekomst.”

 

Bomen planten is risky business. Baha’Hilo: “Laatst waren we met z’n vijftigen aan het planten. Soldaten kwamen aangereden, begonnen te roepen en te duwen. We bleven ons werk doen, boeren toonden hun eigendomspapieren. Uiteindelijk vertrokken de soldaten, maar alleen omdat we met zoveel waren. Soms is het moeilijker. Een keer kwamen militairen na een eerst poging om ons weg te jagen weer terug met een speciaal voor de gelegenheid gemaakt bevelschrift. Het veldje waar we aan het planten waren was als bij toverslag tot militair gebied verklaard. We bleven doorgaan met planten tot soldaten hun wapens in de aanslag brachten. Dit soort situaties maakt deel uit van ons werk. Vroeger zou ik zijn gaan flippen bij het klikken van de geweren. Vandaag heb ik geleerd om mijn angst te beheersen. ‘Negeer de soldaten’, dat is het eerste wat ik tegen de boeren en actievoerders zeg als we het veld ingaan. Hun enige doel is om ons ervan te weerhouden om op te komen voor onze rechten. Ik heb in mijn leven geleerd om door soldaten heen te kijken.”


Maar het gevaar duikt niet alleen op in de velden. Baha’Hilo: “Ook na de terugtrekking van Israëlische soldaten uit Bethlehem in 1995 heeft het leger geschoten op kantoren van de YMCA. En onze directeur Nidal kreeg vorig jaar nog een reisverbod opgelegd. En hoe vaak is het al niet gebeurd dat wij worden aangehouden, onze documenten in beslag worden genomen en dat we uren en uren moeten wachten in kamertjes. Het is psychologische oorlogvoering. Niet dat ik een held ben, verre van, maar bang ben ik niet meer. Als ik word neergeschoten, ben ik maar één van de duizenden Palestijnen die de afgelopen tien jaar door Israël zijn neergeschoten. Als ze me gevangen nemen, ben ik maar één van de velen Palestijnen die geen enkel idee hebben waarom ze vastzitten. Die context helpt me van mijn angst af. Geen risico nemen is nog veel gevaarlijker.”

 

Heuveltop

Ook op aanvallen van extremistische kolonisten moeten boeren voortdurend bedacht zijn. Soms kopen kolonisten voor miljoenen dollars een lapje grond van een Palestijnse boer die zwicht voor de verleiding van het geld. En die vervolgens door de eigen gemeenschap wordt uitgespuugd of vermoord. Maar evengoed bezetten kolonisten land voor een nieuwe voorpost zonder het eerst ‘netjes’ te kopen. Baha’Hilo: “Kolonisten werken hand in hand met het leger. Het leger weet precies welke stukken land braak liggen, waar de weerstand tegen landroof het kleinste is en de angst het grootste, welke stukken grond het meest vruchtbaar zijn of de beste mogelijkheden bieden. Dat is allemaal perfect door het leger in kaart gebracht en die informatie wordt ter beschikking gesteld aan kolonisten die hun kansen willen wagen in bezet gebied. Laatst in Beit Ummar hadden kolonisten ongestraft een hele heuveltop afgebrand. Palestijns boerenland waar ze wilden gaan wonen. Toen we de heuvel vervolgens met 1500 olijfbomen hadden beplant, beschuldigde het leger ons van het aanvallen van staatseigendom. Enkel omdat de boeren bij hoge uitzondering een rechtszaak hadden aangespannen, waren ze erachter gekomen welke plannen Israël precies had met hun land en dat kolonisten hun zinnen hadden gezet op hun land. Als kolonistenfamilies eenmaal hun keuze hebben gemaakt en het leger is ingeschakeld, is het extreem moeilijk om je land terug te winnen. Achter de plannen komen is een eerste stap, dan kun je tenminste proberen om juridisch iets aan te vechten en te voorkomen dat je land wordt ingepikt.”

 

Palestijnse boeren hebben doorgaans weinig fiducie in het Israëlische gerecht. Baha’Hilo: “Wij kunnen onze zaak alleen maar verdedigen voor een Israëlische militaire rechter. Hoe kun je nu rekenen op rechtvaardigheid die moet komen van je bezetter? Bovendien kost alleen al het aanspannen van een zaak drie- tot vijfduizend dollar. Geen enkele kleine boer kan dat geld bij elkaar krijgen. En dat is nog maar het begin. Je weg vinden in het doolhof van het militaire gerechtssysteem is waanzin. En zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat je wint in de rechtszaal, dan betekent dat nog niets. Kolonisten legden beslag op 70% van het land van een boer in Beit Jalla.

 

De rechter oordeelde dat het inderdaad zijn land was, maar militairen weigeren nog steeds om hem toegang te geven tot zijn eigen grond. In Bi’lin hebben families vier jaar lang voor hun landgoed geknokt in de rechtbank. Uiteindelijk oordeelde het Israëlische Hooggerechtshof dat ze toegang moesten krijgen tot hun land en dat de route van de scheidingsmuur die hun land doorsnijdt moest worden gewijzigd. Aan geen van die beslissingen geven militairen gevolg. Ik ken Palestijnse families die land bezitten in het hart van nederzettingen. Via de rechter hebben ze toegang afgedwongen. Let wel, geen teruggave, alleen toegang. Maar ze komen er simpelweg niet in. Zelfs al win je in de rechtzaal, dan verlies je bij controleposten, in administratiekantoren, in de nederzettingen waar burgers rondlopen met wapens.”

 

Gestolen land terugwinnen op Israël is dus zo goed als ondenkbaar. Voorlopig gaat de strijd vooral om blijven vasthouden aan wat er nog over is. Boeren die dat doen, verzetten zich volgens Baha’Hilo niet alleen tegen de overmacht van soldaten, tegen armoede en onteigening, maar ook tegen plannen die nog groter zijn en grimmiger. “Uiteindelijk is Israël bezig met wat je zou kunnen noemen ‘demografisch management’, het kunstmatig en met geweld wijzigen van de etnische bevolkingssamenstelling hier in Palestijns gebied. Het uiteindelijke doel is een 80% joodse meerderheid in groot Jeruzalem. 120.000 Palestijnen in Oost-Jeruzalem zijn momenteel afgesloten van toegang naar Jeruzalem, het historische, economische en culturele hart van Palestina. Omgekeerd heeft Israël grote joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever ingelijfd bij Jeruzalem, wat een bevolkingsaanwas betekende voor Jeruzalem van minstens 110.000 kolonisten.

 

Olijfolie

Na de korte wandeling van area A naar area C komen we bij een kleine vallei waar Baha’Hilo heeft afgesproken met één van de boeren die deelnemen aan de Olijfboomcampagne. “Veel van het land achter dat hek ginds is van boeren uit Beit Sahour. Ze krijgen geen toegang. Hun land dient nu voor de uitbreiding van nederzettingen als Har oma”, legt Baha’Hilo uit. We ontmoeten Waleed Banura. Waleed en zijn tweelingbroer George hebben een klein stukje landbouwgrond dat al generaties in bezit is van de familie. Het was ooit groter. In 2006 legden militairen onaangekondigd beslag op een deel van hun land en verwoestten een huis van hun familie. Alles moest wijken voor de aanleg van de scheidingsmuur en een Israëlische verbindingsweg. In hetzelfde jaar schakelden de Banura’s de hulp in van de Olijfbomencampagne. Ze beplantten hun land en produceren vandaag jaarlijks zo’n vijftig liter olie met de gesponsorde boompjes. Er is in de afgelopen jaren geen nieuw land meer gestolen. Waleed Banura: “Deze boompjes hebben onze wilskracht om te blijven verdubbeld. Ze hebben ons geleerd om zelf boom te worden.” Tussen de verhalen over de toestand van vandaag, zitten onvermijdelijk ook flarden geschiedenis. Hij herinnert zich de tanks en het vechten van 1967. “Ik was amper tien. Mijn broer, schoonbroer en tante zijn in de jaren erna allemaal opgepakt. Tante, een verpleegster die Palestijnse verzetsstrijders verzorgde, kreeg dertig jaar. Ze stierf uiteindelijk in ballingschap in Syrië.” Baha’Hilo noemt de bloedbaden die toen op de Westelijke Jordaanoever zijn aangericht. Honderdduizenden sloegen op de vlucht. De geschiedenis plaatst de strijd die de Banura’s vandaag voeren om een paar laatste dunums land in een schrijnend perspectief. Dat ze die strijd voeren met jonge, door buitenlanders gesponsorde olijfbomenstekjes, geeft aan hoezeer deze boeren zich vastklampen aan hoop en aan de voor hen onzichtbare internationale gemeenschap. Waleeds zoon, een uit de kluiten gewassen tiener, beaamt veel van wat zijn vader zegt. Maar hij wil meer dan hopen op hoop. “Ik werk op het veld en ik ga naar school. Het zijn mijn manieren van verzet. Maar op een dag wil ik sterk genoeg zijn om ons stukje land terug te winnen. En om die muur ginds omver te werpen.”

 

Voor we afscheid nemen verrast Baha’Hilo een laatste keer. Hij draait de rollen om. “Mijn werk draait niet alleen om de rechten van Palestijnse boeren, maar ook om de rechten van jullie in het buitenland. Ook jullie hebben het recht op informatie, het recht op kennis uit eerste hand, op zelf gevormde oordelen. Ik wil zoveel mogelijk mensen hierheen halen, achter de muur en de versperringen. Ik wil dat zoveel mogelijk mensen zien wat de feiten zijn, hoe onmenselijk en gevaarlijk het leven is onder bezetting. Maar ik wil ook dat jullie hierheen kunnen komen zodat ik iets kan doen wat wij Palestijnen zo graag zouden willen doen: jullie laten genieten van onze gastvrijheid en van ons land. Ook dat laat de bezetting niet toe, gewoon gastheer zijn, iets delen met anderen. Dat is een basisbehoefte van ieder mens. Dat niet kunnen doen kwetst minstens evenzeer als het hele arsenaal aan militaire middelen dat tegen ons wordt ingezet. Dus, mensen in het buitenland, wie onvoldoende financiële middelen heeft om die reis naar ons te maken, langs checkpoints en langs militairen, die mag zich via mail of internet bij mij melden. Ik zal hier wel het nodige geld inzamelen onder gezinnen die het niet breed hebben, maar die ernaar snakken om gastvrij te kunnen zijn.”