Tijdslijn Israëlisch–Palestijns conflict

 

1878

De eerste Zionistische agrarische kolonie vestigt zich in Palestina (Petah Tikva).

 

1882

25.000 joodse immigranten uit voornamelijk Oost Europa vestigen zich in Palestina.

 

1896

Theodor Herzl publiceert Der Judenstaat (de jodenstaat) die de oprichting van een joodse staat bepleit.

 

1897

Het Eerste Zionistische Congres in Basel richt de World Zionist Association op en roept op tot een ‘joods Nationaal tehuis’ in Palestina. Dit wordt gezien als de geboorte van het politiek zionisme.

 

1901

Het Joods Nationaal Fonds wordt opgericht door het 5e zionistische congres. Het doel van dit fonds is om land in Palestina te verwerven voor de World Zioinst Association, uitsluitend te gebruiken door joden.

 

1904

Spanningen tussen zionisten en Palestijnse boeren in Tiberias.

 

1904 - 1914

De tweede golf (rond de 40.000) van joodse immigranten uit voornamelijk Rusland en Polen naar Palestina brengt het totaal op 85.000 joden, 6% van de populatie in Palestina.

 

1907

De eerste joodse kibbutz wordt opgericht in Palestina.

 

1909

Tel Aviv wordt gesticht ten noorden van Jaffa.

 

1914

Begin van de eerste Wereldoorlog.

 

1915 - 1916

De Hussein McMahon correspondentie: de Britse Hoge Commissaris in Egypte belooft steun van Groot Brittannië voor Arabische onafhankelijkheid in ruil voor Arabische steun tegen het Ottomaanse rijk.

 

1917

Ottomaanse strijdkrachten geven zich over aan de Britse generaal Allenby. Dit betekent het einde van de Ottomaanse heerschappij over Palestina. Britse strijdkrachten krijgen de controle over Palestina.

 

De Britse minister van buitenlandse zaken zegt op 2 november in de Balfour verklaring steun toe voor de vestiging van een ‘Joods Nationaal Tehuis’ in Palestina.

 

1918

Het einde van de eerste wereldoorlog.

 

1919

Het eerste Palestijns Nationaal Congres in Jeruzalem verwerpt de Balfour verklaring en eist onafhankelijkheid.

 

1919 – 1933

35.000 joden immigreren naar Palestina. 12% van de bevolking in Palestina is nu joods en bezit 3% van het land.

 

1920

Oprichting van Hagana, de zionistische ondergrondse militaire organisatie.

 

1921

Protesten in Jaffa tegen de grootschalige immigratie van joden naar Palestina.

 

1922

Groot Brittannië krijgt van de Volkenbond het mandaat in Palestina.

 

1923

Het Britse Mandaat over Palestina treedt officieel in werking.

 

1924 - 1928

67.000 joden, waarvan de helft Pools, immigreren naar Palestina. De joden maken nu 16% uit van de bevolking in Palestina en bezitten 4% van het land.

 

1929

Rellen in Palestina over het beheer van de Klaagmuur. Hierbij komen 133 joden en 116 Palestijnen om het leven, voornamelijk door Britse troepen.

 

1931

Irgun, een zionistische paramilitaire groep, wordt opgericht.

 

1936

Een Arabische opstand breekt uit als protest tegen de massale joodse immigratie naar Palestina. Deze opstand duurt tot 1939.

 

1937

De Peel Commissie raadt de verdeling van Palestina aan, met 33% van het land voor de joden. Een gedeelte van de Palestijnse bevolking moet volgens dit plan gedeporteerd worden.

 

De Britten ontbinden alle Palestijnse politieke organisaties, deporteren 5 leiders, en richten militaire rechtbanken om het rebelleren van de Palestijnen tegen te gaan.

 

1938

Irgun bommen doden 119 Palestijnen. Palestijnse bommen en mijnen doden 8 joden.

 

De Britten brengen versterking om de Palestijnse rebellie te onderdrukken.

 

1939

De Tweede Wereldoorlog begint.

 

De Zionistische leider Jobotinsky schrijft: “… de Arabieren moeten ruimte maken voor de joden in Eretz Israel. Als het mogelijk was om de Baltische volken te deporteren, dan is dat ook mogelijk met betrekking tot de Palestijnse Arabieren.”

 

Het Britse parlement stemt voor het MacDonald White Paper dat de immigratie van joden naar Palestina beperkt tot jaarlijks 15.000 joden gedurende 5 jaar en de onafhankelijkheid van Palestina nastreeft binnen tien jaar.

 

1940

De Land Transfer Regulations uit het White Paper worden actief, Palestijns land wordt hiermee beschermd tegen zionistische verwerving.

 

1943

Het 5-jarige plan in de White Paper wordt verlengd.

 

1945

Einde van de Tweede Wereldoorlog. In totaal zijn tijdens de Holocaust 6 miljoen joden vermoord door Nazi Duitsland.

 

1947

De Algemene Vergadering van de VN beveelt met Resolutie 181 aan Palestina op te delen: een joodse staat op 55 procent van het grondgebied van Palestina, een Arabische op 42 procent en een internationale zone rondom Jeruzalem. De zionisten aanvaarden het plan. De Palestijnen en Arabische staten verwerpen het.

 

1947 - 1949

Massale verdrijving van de Palestijnen door de zionisten, resulterend in het verdrijven van bijna 800.000 Palestijnen en het ontvolken en later vernietigen van 531 Palestijnse dorpen en 11 stedelijke wijken.

 

De Britten delen de VN mede dat ze zich terugtrekken uit Palestina.

 

1948

In februari breekt een oorlog uit tussen Israel en de Palestijnen en Libanon, Syrië, Egypte en Jordanië.

 

Op 10 maart wordt het Plan Dalet ondertekend wat de verdrijving van de Palestijnen uit Palestina tot doel heeft.

 

Op 9 april vindt in Deir Yassin een bloedbad plaats uitgevoerd door Irgun, onder leiding van Menachem Begin, samen met de Stern Gang, een joodse terroristische groep onder leiding van Yitzhak Shamir. Meer dan 100 Palestijnse mannen, vrouwen en kinderen worden vermoord.

 

Op 17 april eist de VN Veiligheidsraad een wapenstilstand.

 

Op 14 mei roept Israel de onafhankelijkheid uit.

 

Op 22 mei eist de VN Veiligheidsraad een staakt het vuren.

 

Op 17 september wordt de VN bemiddelaar Count Bernadotte vermoord door een joodse terrorist in Jeruzalem.

 

Op 4 november roept de VN Veiligheidsraad op tot een onmiddellijke wapenstilstand en het terugtrekken van Israëlische strijdkrachten. De VN Veiligheidsraad neemt resolutie 194 aan die het recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen erkent. Ook wordt compensatie verlangd voor schade aan of verlies van bezittingen.

 

1949

24 februari: Israëlisch – Egyptische wapenstilstand

23 maart: Israëlisch – Libanese wapenstilstand

3 april: Israëlisch – Jordaanse wapenstilstand

20 juli: Syrisch – Israëlische wapenstilstand

 

Israël behoudt controle over 78 procent van het vroegere Britse mandaatgebied. Jordanië controleert 21,5 procent (de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem) en annexeert dat gebied in 1950. Egypte verkrijgt controle over 1,5 procent (de Gazastrook).

 

1956

Tijdens de Suezoorlog valt Israël, samen met Frankrijk en Groot-Brittannië, Egypte aan en bezet de Sinai en de Gazastrook. Israël wordt in 1957 gedwongen om zich terug te trekken.

 

1964

De Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) wordt door de Arabische Liga opgericht.

 

1967

Israël begint de ‘Zesdaagse Oorlog’ door Jordanië, Egypte en Syrië aan te vallen, en bezet de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem, de Gazastrook, de Sinai en de Golanhoogte. Tussen juni en december 1967 verdrijft Israël meer dan 400.000 Palestijnen.

 

Het Israëlische parlement annexeert Oost-Jeruzalem en breidt de grenzen van de stad sterk uit. De VN Veiligheidsraad bepaalt in Resolutie 252 dat de annexatie ‘ongeldig’ is. Tot op de dag van vandaag heeft geen enkel land de annexatie erkend.

 

Yigal Allon lanceert een plan, dat strategische delen van de bezette gebieden voor Israël wil behouden door een combinatie van kolonisatie (o.a. nederzettingen) en territoriale versplintering.

 

De VN Veiligheidsraad neemt Resolutie 242 aan die Israël oproept zich terug te trekken uit de bezette Palestijnse gebieden.

 

1967 - 1972

Fatah en andere Palestijnse organisaties beginnen vanaf Jordaans grondgebied een guerrilla tegen Israël. In februari 1969 wordt Fatah leider Yasser Arafat gekozen tot voorzitter van het Uitvoerend Comité van de PLO. PLO facties voeren tal van internationale terreur operaties uit, waaronder vliegtuigkapingen, en richtten een bloedbad aan in München tijdens de Olympische spelen.

 

1970

Zwarte september: Jordanië verdrijft de PLO, die uitwijkt naar Libanon.

 

1973

Egypte en Syrië lanceren de ‘Yom Kipuroorlog’, maar slagen er niet in de bezette gebieden te heroveren. De oorlog leidt tot diplomatieke pogingen om een Arabisch-Israëlische vrede te bereiken.

 

1974

De VN erkennen de PLO als wettige vertegenwoordiger van het Palestijnse volk.

 

1975

Het begin van de Libanese burgeroorlog.

 

1977

Likud-leider Menachem Begin wordt in mei gekozen tot premier van Israël. Begin versnelt de kolonisatie van de bezette gebieden.

 

De Egyptische president Anwar Sadat bezoekt in november als eerste Arabische leider Israël.

 

1978

Onderhandelingen in Camp David tussen Israel en Egypte.

 

1979

Israël tekent de vrede met Egypte

 

1980

Begin van de oorlog tussen Iran en Irak (de Eerste Golfoorlog)

 

1982

Israëlische invasie in Libanon, uitmondend in bloedbaden in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila. De PLO wordt gedwongen Beiroet te verlaten. Arafat wijkt uit naar Tunis.

 

1985

Palestijnen kapen het passagiersschip de Achille Lauro. Een Amerikaanse toerist wordt hierbij gedood.

 

1987

De intifada (Palestijnse volksopstand) breekt uit.

 

1988

De Islamitische verzetsbeweging Hamas wordt opgericht in februari.

 

De Palestine National Council (PNC), het wetgevende orgaan van de PLO, roept de staat Palestina uit met Oost-Jeruzalem als hoofdstad. Palestina wordt al snel door circa honderd staten erkend. Nederland erkent Palestina niet. In samenhang met het uitroepen van de onafhankelijkheid maakt Arafat bekend een oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict op basis van VN-resoluties 242 en 338 na te streven.

 

Augustus: einde van de oorlog tussen Iran en Irak.

 

1990

Irak valt Koeweit binnen, begin Tweede Golfoorlog.

 

1991

Tijdens de Tweede Golfoorlog vuurt Irak scud raketten op Israel af.

 

Einde Tweede Golfoorlog. Na de Tweede Golfoorlog brengt de vredesconferentie van Madrid voor het eerst Israëlische en Palestijnse onderhandelaars uit de bezette gebieden bij elkaar.

 

1993

Geheime onderhandelingen tussen Israël en de PLO resulteren in Oslo in een overeenkomst, de Oslo akkoorden. Israel belooft de PLO beperkte autonomie en het voornemen het conflict binnen vijf jaar op te lossen. De intifada eindigt.

 

1994

De Palestijnse Autoriteit wordt opgericht.

 

1995

Met het ‘Oslo II Akkoord’ krijgt de Palestijnse Autoriteit controle over een aantal steden, drie procent van de Westelijke Jordaanoever, en gedeeltelijke zeggenschap over 27 procent. Israël houdt de macht in de resterende 70 procent van de bezette Palestijnse gebieden.

 

Op 4 november wordt Israëls premier Yitzhak Rabin vermoord door een joodse extremist.

 

1996

Na een golf van zelfmoordaanslagen door Hamas, na de liquidatie van een van haar leiders, wint Likud-leider Benyamin Netanyahu in mei de verkiezingen.

 

In september vinden er bloedige botsingen plaats nadat Israël een tunnel langs de Haram al-Sharif heeft geopend. Er sterven 65 Palestijnen en 15 Israëli’s.

 

1997

Het Hebron Protocol verdeelt de stad Hebron op de Westelijke Jordaanoever in twee zones. Israël houdt het historische centrum van de stad in handen waar een kolonie is gevestigd.

 

Ondanks protesten begint Israël met de bouw van een nieuwe nederzetting, Har Homa, ten zuidoosten van Jeruzalem.

 

1999

Het beoogde einde van het conflict binnen de Oslo-overeenkomst wordt op 4 mei niet gehaald.

 

Ehud Barak wordt in mei gekozen tot premier van Israël.

 

Op 4 september wordt in Sharm al-Sheik een overeenkomst getekend voor verdere Israëlische troepenterugtrekking. Dit akkoord wordt door Barak niet uitgevoerd.

 

2000

De poging van president Clinton om in Camp David met Ehud Barak en Yasser Arafat tot een definitieve vredesregeling te komen, mislukt.

 

Likud leider Ariel Sharon bezoekt met ongeveer 1000 soldaten en politieagenten op 28 september de Haram al-Sharif. Dit wordt door de Palestijnen ervaren als een provocatie.

 

Op 29 september worden bij rellen bij de Haram al-Sharif vier Palestijnen gedood. De tweede intifada begint.

 

2001

In januari wordt op voorstel van Clinton in Taba een poging ondernomen om het conflict alsnog op te lossen. Deze poging mislukt.

 

Op 6 februari wordt Likud leider Ariel Sharon tot premier van Israël gekozen. Hij vormt een coalitie met onder meer de Arbeiderspartij. Het geweld verhevigt en Israël liquideert een aantal Palestijnse leiders, waaronder Ali Abu Mustafa, leider van de PFLP.

 

Een nieuwe golf van Palestijnse zelfmoordaanslagen vindt plaats.

 

11 September: Al Qaida valt de VS aan.


 

2002

Na een Palestijnse zelfmoordaanslag in Netanya, waarbij 29 doden vallen, trekt het Israëlische leger in maart de Westelijke Jordaanoever binnen en herbezet Palestijnse steden.

 

In maart wordt in Beiroet tijdens de conferentie van de Raad van de Arabische Liga het Arabisch Vredesinitiatief van Koning Abdallah van Saoedie Arabië gelanceerd.

 

In juli eist de Amerikaanse president Bush vervanging van het Palestijnse leiderschap. Tegelijkertijd pleit hij voor de oprichting van een Palestijnse staat.

 

In juli begint Israël op de Westelijke Jordaanoever met de bouw van de muur.

 

Israël belegert Arafat in zijn hoofdkwartier in Ramallah.

 

2003

Op 28 januari wordt Sharon herkozen als premier van Israël . Hij vormt een coalitie met rechtse en extreemrechtse partijen.

 

In maart vallen de VS en geallieerden Irak aan: begin Derde Golfoorlog.

 

In mei presenteert het Kwartet (VS, EU, Rusland, VN) de Routekaart naar Vrede met als doel een oplossing van het conflict in 2005.

 

In juni kondigen Palestijnse militante bewegingen een wapenstilstand aan.

 

In augustus executeert Israel Nizzar Rayyan, politiek leider van Hamas. De militante bewegingen heffen de wapenstilstand op.

 

2004

In maart liquideert Israël de oprichter van Hamas, Sheikh Ahmad Yasin. Veertig dagen later wordt zijn opvolger Abdel-Aziz Rantisi geliquideerd.

 

Op 9 juli 2004 doet het Internationaal Gerechtshof in Den Haag een uitspraak over de muur die Israël bouwt op de Westelijke Jordaanoever. In deze uitspraak bepaalt het Hof dat de muur illegaal is en dat de delen die gebouwd zijn op Palestijns land moeten worden afgebroken.

 

In november overlijdt de Palestijnse leider Yasser Arafat

 

2005

Mahmoud Abbas wordt gekozen tot nieuwe president van de Palestijnse Autoriteit.

 

In maart sluiten Hamas en Fatah het Cairo akkoord, waarmee een staakt-het-vuren wordt afgekondigd en nieuwe parlementaire verkiezingen worden uitgeroepen.

 

Israël ontmantelt in augustus de nederzettingen in de Gazastrook en trekt haar troepen terug. Israel stelt een blokkade van de Gazastrook in.

 

2006

In januari vinden Palestijnse parlementsverkiezingen plaats. Hamas wint de verkiezingen en vormt de regering. Het Kwartet (VS, EU, Rusland, VN) boycot de Palestijnse Autoriteit. Het Kwartet eist dat de Hamas regering het geweld afzweert, Israël erkent en bestaande overeenkomsten respecteert. Hamas weigert.

 

Israëlische leger arresteert tientallen Hamas parlementariërs. Hamas neemt een Israëlische soldaat gevangen.

 

Na toenemende spanningen tussen Fatah en Hamas, waarbij tientallen doden vallen, sluiten de partijen in februari in Mekka een akkoord om een regering van nationale eenheid te vormen. In april komt deze regering tot stand. De internationale gemeenschap steunt de nieuwe regering niet. De internationale boycot en blokkade van de Gazastrook duren voort.

 

In juli verjaagd Hezbollah Israëlische troepen en vuurt raketten op Israel af. Israel valt Libanon aan, er vallen duizend doden.

 

2007

Na bloedige gevechten met Fatah grijpt Hamas in juni de macht in de Gazastrook. Abbas beschuldigt Hamas van een staatsgreep, ontslaat de Hamas-regering en regeert per decreet, met een nieuwe regering die wordt geleid door Salam Fayyad.

 

In juli bombardeert Israel Gaza waarbij veel doden vallen.

 

In november organiseert Bush een conferentie in Annapolis die moet leiden tot een vredesovereenkomst.

 

In december vindt een internationale conferentie in Parijs plaats om donorgelden voor de Palestijnse Autoriteit in de Westelijke Jordaanoever in te zamelen

 

2008

De Palestijnse Autoriteit in Ramallah werkt samen met het Israëlische leger en arresteert Hamas-leden op de Westelijke Jordaanoever.

 

De uitbreiding van nederzettingen gaat door.

 

Na Egyptische bemiddeling sluiten Israël en Hamas in juni voor zes maanden een bestand. Volgens het akkoord zou Israël geleidelijk de blokkade van Gaza opheffen. Dat gebeurt echter niet.

 

In november voert Israël een militaire aanval in de Gazastrook uit, waarbij zes Palestijnen gedood worden. Hamas reageert op de aanval met beschietingen op steden in zuid Israël. Het geweld tussen Israël en Hamas verhevigt.

 

In december begint Israël een grootschalige militaire operatie tegen de Gazastrook, door Israel Operation Cast Lead genoemd, die 23 dagen duurt. Ruim 1.400 Palestijnen, merendeels burgers, en 13 Israëli’s worden gedood. In het rapport van de United Nations Fact Finding Mission on the Gaza Conflict, beter bekend als het Goldstone rapport, worden Israël en Hamas van oorlogsmisdaden beschuldigd.

 

2009

Eind januari kondigen Israël en Hamas afzonderlijk een staakt-het-vuren af. De blokkade van de Gazastrook wordt door Israël voortgezet. Obama wordt president van de VS. Hij wijst George Mitchell als gezant voor het Midden-Oosten aan.

 

In maart wordt Netanyahu premier van Israël. Hij vormt een regering met extreemrechtse politici en de Arbeiderspartij.

 

In juni eist Obama van Israël een bevriezing van de nederzettingen en steun voor de oprichting van een Palestijnse staat. Israël bouwt de nederzettingen door.

 

2010

In juni houdt Israel met geweld een flotilla met hulpgoederen op weg naar Gaza tegen en doodt 9 opvarenden op het schip de Mavi Marmara. Turkije uit haar woede op Israël.

 

De Palestijnse verkiezingen worden uitgesteld.

 

Er is een deadlock in de onderhandelingen over vrede.

 

2011

De Arabische lente brengt de Tunesische president Ben Ali en de Egyptische president Mubarak ten val.

 

In Libië, Yemen en Syrië ontstaan bloedige opstanden die voortduren.

 

In april tekenen Hamas en Fatah een overeenkomst om zich te verzoenen.

 

In mei steken duizenden Syrische en Libanese Palestijnen steken de grens over met Golan en Israel.

 

In juli protesteren tienduizenden Israëli’s tegen de sociale ongelijkheid.