01 maart 2010

Nederlandse bedrijven nog steeds betrokken bij bezetting

Een groot aantal Nederlandse bedrijven, waaronder Unilever, is nog steeds betrokken bij economische activiteiten die de Israëlische bezetting van Palestijnse en Syrische gebieden ondersteunen. Dit blijkt uit een onderzoek van Profundo in opdracht van United Civilians for Peace. Unilever zei in november 2008 toe haar aandelen in een bagelfabriek op de Westelijke Jordaanoever te verkopen. Dit is tot op heden niet gebeurd. Vorige week besloot het Europese Gerechtshof dat producten uit Israëlische nederzettingen niet mogen worden ingevoerd met de vrijstelling van invoerrechten die voor producten uit Israël geldt.

 

Uit een eerder onderzoek dat in 2006 door United Civilians for Peace werd gepubliceerd, bleek al dat er tal van economische relaties bestaan tussen Nederland en de Israëlische bezetting. Het gaat hierbij onder andere om bedrijven die direct of indirect investeren in nederzettingen, materiaal leveren voor de bouw van de muur of gebruik maken van grondstoffen uit de bezette gebieden. UCP gaf Profundo opdracht om opnieuw onderzoek te doen naar acht van de bedrijven die in 2006 economische relaties bleken te hebben met de bezetting: Agrexco, The Keter Group, Mayanot Eden, Mul-T-Lock, The Dutch Riwal Group, Soda-Club, Unilever en Veolia Environment. Al deze bedrijven blijken nog steeds actief te zijn

 

In november 2008 kondigde Unilever aan haar meerderheidsaandeel in de snack- en zoutjesfabriek Beigel & Beigel te willen verkopen. Deze fabriek is gevestigd in Barkan, een industriële zone in de Israëlische nederzetting Ariël op de Westelijke Jordaanoever. Hoewel Unilever aangaf dat deze beslissing ingegeven was door economische motieven, kwam het besluit tot stand in een periode waarin United Civilians for Peace en Unilever in constructieve dialoog waren over de aanwezigheid van Unilever in Barkan. Unilever liet onlangs aan United Civilians for Peace weten dat het bedrijf haar aandelen anderhalf jaar later nog steeds niet heeft verkocht. Unilever schreef hierover in een e-mail aan UCP: “We zijn nog steeds bezig met wat een complex en tijdrovend proces blijkt te zijn. Op dit moment kunnen we geen details geven over dit proces”.

 

Assa Abloy, het moederbedrijf van slotenfabrikant Mul-T-Lock, kondigde eerder aan haar fabriek terug te trekken uit Barkan. Uit het onderzoek blijkt dat ook dit nog niet is gebeurd.

 

United Civilians for Peace betreurt het dat de genoemde bedrijven nog steeds economische relaties onderhouden die de bezetting van Syrische en Palestijnse gebieden ondersteunen. De bouw van nederzettingen en de muur op bezet Palestijns gebied zijn illegaal volgens het internationale recht. Volgens de Vierde Geneefse Conventie is het een bezettende macht niet toegestaan om haar eigen bevolking over te brengen naar bezet gebied. Daarnaast verbiedt de Vierde Geneefse Conventie het nemen van collectieve strafmaatregelen en het vernietigen van particulier of publiek eigendom. Het onderhouden van economische relaties die de bezetting ondersteunen staat dan ook op gespannen voet met de principes van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.


Download het volledige rapport.