29 november 2012

 

Gaza en de Arabische lente

 

Vanaf het begin van de Arabische revoluties hebben we ons afgevraagd wat deze ontwikkeling zou betekenen voor het Israëlisch-Palestijns conflict. Het opmerkelijke was nou juist dat het helemaal geen rol leek te spelen. Er werd niet met Palestijnse vlaggen gezwaaid op het Tahrir-plein of in de straten van Tunis. In Syrië en Libië werden geen Israëlische of Amerikaanse vlaggen verbrand. Er klonken geen leuzen voor de bevrijding van Jeruzalem. Israel en de Palestijnse gebieden deden even niet ter zake. Dat zal voor Israëli’s en Palestijnen wel even schrikken zijn geweest.
 
Natuurlijk bleef dat niet zo. Het was te verwachten dat de dramatische omwentelingen in de Arabische wereld de verhoudingen in de regio op zijn kop zouden zetten, en dus ook de relatie met Israel zou veranderen. Maar op welke manier? Sommigen zagen er vooral kansen in, Nieuwe machthebbers zouden, zeker als ze democratisch gekozen zouden zijn, werk willen maken van vrede. Democratische landen voeren immers in de regel geen oorlog met elkaar. Of de publieke opinie zou hen juist er toe dwingen serieus werk te maken van solidariteit met de Palestijnen. In september in Cairo trokken al groepen op van het Tahrir-plein naar de Israëlische ambassade om die te bezetten. Zou de Arabische Lente ook tot zomerse relaties met Israel kunnen leiden, of waren er grotere stormen op komst?
 
Sinds de laatste Gaza-crisis hebben we een veel beter idee wat de Arabische lente voor het Israëlisch-Palestijns conflict betekent. Voor de Arabische Lente kon Israel relatief gemakkelijk met de Arabische staten en hun heersers omgaan. Israel liet zich er op voor staan dat het de enige democratie in het Midden-Oosten was. Dat klopte in hoge mate, en kwam wel zo goed uit. Met verschillende staatshoofden van de buren sloot Israel een ‘Koude Vrede’, een vredesverdrag zonder verzoeningsproces of echte contacten tussen de bevolkingen. Dat ging tot voor kort redelijk makkelijk, omdat President Mubarak en Koning Abdallah toch niet zo geneigd waren naar hun bevolking te luisteren. En het was natuurlijk wel zo handig dat de koning en de president lang bleven zitten en weinig last hadden van regeringswisselingen bij verkiezingen en veranderend beleid. Een ‘Koude Vrede’ met vader en zoon Assad uit Syrië is er uiteindelijk nooit gekomen, maar die bleken toch ook redelijk voorspelbare en betrouwbare vijanden te zijn. Sinds de jaren ’70 hoefde Israel dan ook geen oorlog meer te voeren met Arabische staten.
 
Maar zo gemakkelijk is het nu allemaal niet meer. Nieuwe leiders, als de Egyptische president Morsi, zijn misschien niet direct democraten, ze kunnen niet meer gemakkelijk om de publieke opinie van hun bevolking heen. Morsi is niet bereid in opdracht van Israel Hamas te isoleren, zoals Mubarak dat deed. In tegendeel, het is duidelijk dat zijn sympathie juist ligt bij Hamas. De vorige oorlog in Gaza was een toonbeeld van het isolement van Hamas; de Arabische straat was misschien boos over de oorlog, de Arabische leiders staken geen vinger uit. Dat was nu duidelijk niet het geval. De Emir van Qatar, duidelijk een sympathisant en vaak ook financier van de Arabische revoluties kwam langs, de premier van Egypte, en ministers uit andere Arabische landen, zelfs toen de beschietingen van Israel gaande waren. Met een boodschap die gaandeweg steeds duidelijker werd: Hamas kon rekenen op hun politieke en diplomatieke steun, maar niet op hun militaire. Een militaire confrontatie met Israel is wel het laatste waar Egypte behoefte aan heeft, daarvoor bleek Morsi pragmatisch genoeg te zijn.
 
Eigenlijk is wat Morsi deed het spiegelbeeld van het beleid van onze vorige minister van Buitenlandse Zaken Rosenthal. Rosenthal claimde dat hij, juist door nadrukkelijk aan de kant van Israel te gaan staan, ook op punten kritiek kon hebben. Morsi stond duidelijk aan de kant van Hamas, en wist juist daardoor Hamas te bewegen tot een wapenstilstand. Het verschil is natuurlijk dat Morsi inderdaad een verandering van gedrag kon bewerkstelligen. Van de Westerse kant hebben met name de USA en Groot Brittannie er bij Israel op aangedrongen af te zien van een grondoorlog. Het was al duidelijk bij de vorige Gaza-oorlog dat Israel aan liep tegen de grens van wat uit te leggen was bij Westerse bondgenote, nu had de Britse regering al aangegeven dat een grondoorlog wel erg slecht uit te leggen zou zijn.
 
Ook Israel mag daar dankbaar voor zijn. De gevreesde grondoorlog is uitgebleven, er hoefden geen 75.000 reservisten Gaza binnen te trekken, waarbij natuurlijk opnieuw honderden slachtoffers waren gevallen. Israel hoeft nu geen nieuw Goldstone rapport et verwachten, geen nieuwe blamage in de internationale gemeenschap. Nu hoeven de woordvoerders van de IDF niet weer omstandig uit te leggen dat de vrouwen en kinderen die gedood waren echt als menselijk schild door Hamas gebruikt waren. Morsi heeft een humanitaire ramp voor de inwoners van Gaza weten te voorkomen, maar ook een politieke ramp voor Israel. Maar er zal een prijskaartje aanhangen. Gaza kan niet eindeloos geblokkeerd en geïsoleerd blijven. Het diplomatieke isolement van Hamas is al doorbroken, maar daar door heeft de bevolking natuurlijk nog niet meer eten, brandstof, medicijnen en bouwmateriaal. Als er niets gebeurt, als er niets verbeterd voor de bevolking van Gaza, zullen binnen enkele maanden of jaren opnieuw raketten geschoten worden. Om pragmatisch te kunnen blijven heeft Morsi ook successen nodig.
 
Intussen zit de grootste politieke verliezer in Ramallah. President Abbas van de PLO en de Palestijnse Autoriteit heeft geen enkele rol gespeeld in de hele crisis in Gaza. Noch bij het aan gaan van het conflict, noch bij het oplossen ervan. Net probeerde hij de krantenkoppen van de internationale media te halen met zijn aanvraag om non-member status in de VN, en dan komen Israel en Hamas roet in het eten gooien. Die non-meber status zal er wel komen, ook al stemmen de VS en Israel tegen en zal Nederland zich met de meeste Europese landen van stemming onthouden. Maar het steekt toch wat bleekjes af bij de heroïsche strijd van Hamas. Gewonden en raketten doen het in de media beter dan VN-vergaderingen en in pak gestoken diplomaten. En tot overmaat van ramp dreigen Abbas en de PLO ook hun rol als de enige legitieme vertegenwoordigers van de Palestijnse bevolking te verliezen, Hamas heeft immers zijn eigen contacten wel naar de Arabische landen. De Emir van Qatar en de premier van Egypte zijn in Ramallah nog niet langs gekomen. Voor Abbas dreigt iets wat erger is dan het verliezen van een oorlog, hij dreigt echt irrelevant te worden.
 
Die dreigende irrelevantie is niet alleen voor Abbas een probleem, maar juist ook voor wie streeft naar een oplossing van het conflict door middel van een twee-staten-oplossing. Dat gaat ook Europese landen aan. Al praten Israel en Hamas nu via Egypte met elkaar, op onderhandelingen over conflict-oplossing zal dat gesprek niet snel gaan lijken. Het zal in de eerste plaats gaan over conflict-beheersing. Wil Europa dat er nog echt iets van een proces leidend naar een twee-staten-oplossing zou moeten komen, dan is het zaak ook de PLO en Abbas successen te gunnen. Het mag iets minder heroïsch zijn, maar een hartelijke verwelkoming van de Palestijnen als non-member-state in de VN zou een goede eerste stap zijn.
 
 
Jan Jaap van Oosterzee
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 
Deze column verscheen op 27 november op Nassama, de Midden-Oosten blogsite van medewerkers van IKV Pax Christi http://ikvpaxmenablog.wordpress.com/.